• Naam

    Roel Goudsmit

  • Functie

    theatermaker

  • Plaats

    Den Haag

© Jurriaan Brobbel

Interview Roel Goudsmit (theatermaker)

Een dansende neanderthaler, een 18e-eeuwse operazangeres, een acterende middeleeuwer en een violist uit de 20e eeuw vonden elkaar op de fundamenten van een boerderij. Op de 13e-eeuwse ruïne van de ‘De Stenen Kamer’, een plek met een bestaansgeschiedenis van de Steentijd tot nu, vond in 2009 een bijzondere openluchtvoorstelling plaats. Via zang, dans en toneel werd een archeologische plek gebruikt om een verhaal te vertellen. Wij gaan in gesprek met theatermaker Roel Goudsmit over interdisciplinariteit en de wisselwerking tussen theater en archeologie.

Bekijk hier het #archeosucces van de openluchtvoorstelling ‘Opgraving’.

Het toneelstuk ‘Opgraving’ heb je georganiseerd in samenwerking met de gemeente Den Haag. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen?
Mijn opdrachtgeefster was Corien Bakker van de Gemeente Den Haag. Zij is onze stadsarcheoloog. Op een projectbureau van de Gemeente Den Haag werkte iemand die een collega van mij kende van Dogtroep, een beeldend theatergezelschap uit Amsterdam, welke helaas niet meer bestaat. Die collega werd benaderd met het idee om een voorstelling te doen op de fundamenten van een 13e -eeuwse boerderij. Hij was echter verhinderd en toen is het project bij mij terecht gekomen. De vraag was ‘kan en wil jij iets maken op de Stenen Kamer?’. Daar kon ik geen nee op zeggen!

Hoe kwam je op het idee voor de voorstelling zelf, waarbij je een Neanderthaler, een middeleeuwer, een 18e -eeuwse operazangeres en een violist uit de vorige eeuw elkaar laat ontmoeten?
Het idee voor een voorstelling op de locatie van de ‘Stenen Kamer’ kwam vanuit de gemeente Den Haag. Wat betreft het onderwerp was ik vrij om dit zelf in te vullen. Als theatermaker laat je de locatie jou inspireren tot het maken van een voorstelling. Je gebruikt wat het was en wat het is. De oudste vondsten van het gebied rond de stenen kamer zijn heel oud, uit de prehistorie. Ik dacht, daar hebben voortdurende verschillende mensen rondgebanjerd.  En daaruit voortvloeiend kwamen er gewoon een aantal karakters uit verschillende tijden naar boven. Dus wat ik heb gedaan is een aantal bewoners door de eeuwen heen, wel op chronologische volgorde, geïntroduceerd. Eerst de Neanderthaler, toen de middeleeuwen, toen de operazangeres en we eindigen zelfs met een archeoloog uit de toekomst. Interessant genoeg ontstond er een interactie die er in de realiteit natuurlijk nooit had kunnen zijn.

Waarom denk je dat juist de koppeling van archeologie met toneel, spel, muziek en dans zo goed werkt?
Ik vond het zelf leuk om de voorstelling interdisciplinair aan te pakken. Vier kamers, vier disciplines en vier spelers. Mijn insteek was om niet alleen ontmoetingen van personages door de tijd heen te doen, maar ook tussen de disciplines. Zo was er bijvoorbeeld  een duel tussen de middeleeuwer en de violist. Een soort zwaardgevecht maar dan met strijkstok en zwaard. En de operazangeres schrok met haar gezang de Neanderthaler af.

Hoe maak je de vertaalslag tussen theater en archeologie? Hoe bereik je het publiek met dit soort initiatieven?
Uiteindelijk natuurlijk door publiciteit te geven aan de voorstelling. Normaal ga je naar het theater en zie je een voorstelling maar hier is de plek natuurlijk ook van wezenlijk belang. En wat dat dan verder oplevert voor mensen die terug keren op die plek, dat is natuurlijk moeilijk te bepalen. De gemeente had ook direct kunnen beslissen om er een gewoon openluchttheater van te maken, maar ze wilden iets speciaals doen. Later zijn er trouwens ook wel bestaande voorstellingen opgevoerd.

Zo’n vindplaats zelf is natuurlijk een wat stijve plek, er is zand en er liggen spulletjes en normaal gesproken zie je dan mensen bezig met opgraven. Maar in combinatie met toneel breng je een plek echt tot leven.

Kan je iets vertellen over de samenstelling van publiek?
Nou ja, voor zover ik het kan beoordelen. Er is de wijk wat geflyerd en is wat publiciteit geweest in blaadjes. De diversiteit bestond uit mensen uit de buurt, die vanuit de interesse in de archeologie kwamen en mensen die vanuit een interesse in toneel kwamen. Alleen al het feit dat je een danser hebt in de voorstelling betekent dat deze ook weer mensen uit de danswereld uitnodigt. Zo krijg je een gemengd publiek.

Hoe maak je precies die vertaalslag tussen archeologie en toneel?
Als je zo’n plek hebt is dat eigenlijk niet zo moeilijk. De plek bepaalt wat we gaan maken. Er is een boerderij, er stond een huis. Dat ding heeft er door de eeuwen heen gestaan dus je kan een heel tijdperk erin verwerken. Ik heb op basis van de disciplines een beetje gekeken uit welke tijd ze dan moesten komen. Dans is makkelijk terug te brengen tot de oertijd. Dit had ik meteen al in gedachte. En zo werkte ik alle tijden gekoppeld aan disciplines uit.

Hoeveel mensen waren bij de organisatie betrokken?
Er waren een aantal mensen van de archeologische dienst van de gemeente bij betrokken. Wij waren met vijf spelers, licht, geluid en een runner. Je zit zo op 20 man. Je hebt niks op zo’n plek, dus je hebt aggregaten nodig en kostuums en eten, dat moet allemaal extern geregeld worden. Tegen de stenen kamer aan ligt een groenvoorziening en daar hadden we een plek waar we ons konden omkleden. Qua voorbereidingstijd hebben we het erg snel gedaan. We hebben twee weken full time gewerkt en uiteindelijk hebben we drie avonden gespeeld. Het heeft ook met budget te maken, want het kost ook een hele hoop geld.

Stel dat je op een andere plek iets zou mogen/kunnen doen met archeologie. Wat zou dan je ultieme plek zijn?
Het eerste waar ik aan moet denken is dat ik laatst toevallig in Tiel was en daar sprak met een archeoloog. Er is daar een prachtige opgraving geweest, waar je een mooi toneelstuk omheen zou kunnen maken. Ik heb een enorme fascinatie met water. Een toneelstuk dat zich deels in en deels uit het water afspeelt, zou geweldig interessant zijn.

Facts

  • Openluchtvoorstelling in 2009
  • Initiatief van Gemeente Den Haag en Roel Goudsmit
  • Drie voorstellingen

Roel Goudsmit:

Het doet echt nadenken over hoe je archeologische vindplaatsen zelf
kan gebruiken bij storytelling en bewustwording van het verleden.

Toneelstuk op een 13e-eeuwse ruïne 4

Archeoweetje

Wist je dat de Stenen Kamer tegenwoordig een hangplek is voor jongeren? Er staan niet alleen infozuilen met data en landschapsreconstructies, maar ook wat bankjes waar jongeren geregeld vertoeven met kratjes bier en stereo’s.